Op deze pagina komt af en toe een nieuwe column over ervaringen, mensen en communicatie in brede zin.

Column April 2008 - Katterig

Ze nodigde me uit om te gaan dineren. We reden met mijn auto naar een onbekend restaurant 15 kilometer verderop. Eigenlijk hadden we moeten reserveren, maar gelukkig kregen we na een kleine verbouwing toch een prima tafeltje. Gastvrij improviseren is een kunst. Het werd een prettige avond, het eten was verfijnd lekker, de bediening aardig en professioneel, en we hadden veel te bepraten en te belachen.

 

Op de terugweg door een agrarisch gebied, gebeurde het. Het hoopje hooi op het asfalt, bleek tot onze schrik het vale achterwerk te zijn van een stilzittende kat. Normale katten steken over, maar deze zat gewoon te zitten. Hoe bedenkt zo’n beest het? Met een snelheid van 80 kilometer per uur was het te laat om het dier te ontwijken. Een doffe dreun klonk onder de auto en daarna het luide gebons van mijn hart, compleet met het geknisper van kippenvel met bibbers. Zou ie dood zijn of zwaar gewond? Wat was wijsheid? Stoppen, teruggaan, amateuristisch eerste hulp verlenen of de weg aanvegen met gevaar voor eigen leven? Het was aardedonker, geen huis te zien, laat staan een goede plek om te parkeren. Mijn verstand koos voor onze veiligheid en voor doorrijden. Maar o, jee, hele rattenplagen begonnen aan mijn gevoel te knagen. Doorrijden na een aanrijding is misdadig, in elk geval als je een mens raakt. En dan zo’n kat… misschien leefde hij nog, moest hij zich naar de kant slepen en zou hij een afgrijselijke dood sterven en dat alles door mijn schuld…

 

 

Ik had niet eens geprobeerd hem te ontwijken… Een misselijk gevoel bekroop me. En die avond had ik ook al zeer dieronvriendelijk vis en vlees gegeten… En met de auto op pad gaan was ook al niet milieu-aardig. Foute boel allemaal.

 

Het volgende dilemma diende zich aan: het ongeval melden of niet. Mijn gastvrouw heeft zelf een kat, ik niet. Zij schetste hoe het baasje vergeefs zit te wachten op haar hongerige huisgenoot, radeloos rammelt met brokjes en buurtbriefjes opplakt. Deze onzekerheid wilde ik de baas besparen. Ik biechtte de volgende ochtend mijn misdaad op aan de mevrouw van de dierenopvang. Het kostte me moeite om de telefoon te pakken. Maar wat een opluchting. Geen standje, geen preek of verwijten. Ze was zelfs heel begrijpend en vertelde dat ik er goed aangedaan had om door te rijden. Als het beest nog geleefd had, zou het ons misschien hebben aangevallen. Ook niet handig. Ze vond het ook goed nieuws, dat we niet met onze eigen koppen door de voorruit waren geslagen. Dat was ik eigenlijk wel met haar eens. Bovendien drukte ze me vooral op het hart dat ik me niet schuldig moest voelen. Vooruit dan maar…

 

Het was ook voor de kat een nare ervaring. Ik voel me nu ietsje beter, dankzij mijn opkrabbelend verstand en de lieve mevrouw van de dieren- en mensenopvang!

     
 

Eerder op deze site verschenen columns

Februari 2008 - Vaagheid troef
December 2006 - Klein Texel (1)
November 2006 - Autokrakers
Oktober 2006 - Schaap met vijf poten
September 2006 - Min maal min
Augustus 2006 - Wel nee!
Juli 2006 - Weg ermee!
Juni 2006 - Aai over je bol
Mei 2006 - De eerste indruk